Alle kennis is waardeloos

Want …

“Het gaat niet om wat je weet, maar om wat je doet met wat je weet. Je kunt oneindig veel weten, meer bijleren, kennis vergaren… Maar als je er niets mee doet, is het weinig waard.

Sterker nog: als je niets doet met wat je weet, had je het beter niet kunnen weten. Het beter-weten-maar-niet-doen zal namelijk gaan knagen.

Kennis waar je niets mee doet, is ballast. Dus. Wat ga je doen met wat je nu al weet?”

Mailbox

Deze tekst kreeg ik een week geleden in mijn inbox van de 365 Academy van Arjan Vergeer en David de Kock. Ik lees hem nu pas, omdat ik vanmorgen (eindelijk) mijn inbox aan het opruimen ben en hij raakt me. Hij raakt me omdat ik iemand ben die heel veel waarde hecht aan kennis, maar deze kennis ook heel graag met anderen wil delen. Dat is ook een van de redenen geweest dat ik mijn praktijk ben begonnen: ik wil andere helpen met de kennis (en ervaring) die ik heb.

Ik heb een hele poos sterk het gevoel gehad dat ik niet voldoende kennis had om mijn klanten te kunnen helpen, dus ik bleef maar workshops en webinars volgen en boeken lezen, zodat ik mijn klanten nóg beter zou kunnen helpen. Maar hierdoor werd het eigenlijk alleen maar voller en voor een deel ook steeds warriger in mijn hoofd. Ik wilde zo graag ALLES wat ik wist, delen met mijn klanten, dat ikzelf door de bomen het bos niet meer zo goed zag.

Stappen zetten

Dus heb ik stappen gezet om het overzichtelijk te maken en wat schetst mijn verbazing? Dingen die ik een aantal jaren geleden heb bestudeerd en waar ik enthousiast over was, passen NAADLOOS in de dingen die ik het afgelopen jaar heb gevolgd en bestudeerd😊. Het is dus eigenlijk allemaal “een heel mooi en samenhangend bos” waar ik me in heb verdiept de afgelopen jaren.

Nu is het tijd om dit “mooie bos” in mijn hoofd met zoveel mogelijk anderen te delen. Een eerste stap hierin is mijn E-boek Grip op Boosheid. Hierin staan een aantal van de zaken die ik in mijn werk bespreek met mijn klanten, de dingen die hen gaan helpen om emoties en gedrag beter te begrijpen en er beter mee om te kunnen gaan.

Meer informatie

Nieuwsgierig geworden? Ga dan nu naar het tabblad GRATIS HULP en vraag het E-boek Grip op Boosheid aan. Je kunt uiteraard ook nog andere teksten hier op mijn website lezen om meer te weten over mijn werk en over mijn passie en visie op opvoeden en kinderen.

“Kom op Tom, pak hem, geef hem er maar van langs! Vorige keer heeft dat ook heel goed geholpen!”

Dit waren woorden die ik een paar dagen geleden zei in onze tuin. Achteraf dacht ik wel “wat zullen de buren wel niet denken”, maar waarschijnlijk hadden ze wel door tegen wie ik het had.

Was het echt erg?

Ik sprak deze woorden namelijk tegen de kater die sinds half mei bij ons is en die zich nogal op zijn kop laat zitten door onze andere kater die al ruim anderhalf jaar bij ons woont. Katten die bij elkaar gezet worden, moeten de hiërarchie onderling regelen en dat doen ze door af en toe naar elkaar te slaan, zich groter te maken (fysiek) dan de ander en zo door intimidatie de baas te kunnen zijn. Zolang ze dit doen zonder geluid te maken, zoals grommen, blazen en dergelijke, hoeven wij mensen niet in te grijpen. Dan is het gewoon het natuurlijke proces waar deze dieren doorheen gaan.

Tommie (de nieuwe kater) is meestal de ‘ondergeschikte’ van Loki (de andere kater), maar een week of 2 geleden heeft Tommie tijdens zo’n interactie goed uitgehaald naar Loki en daarna was Loki een dag of 2 niet meer zo dominant naar Tom toe. Dus vandaar dat ik Tom regelmatig aanspoor om het nog een keer te doen.

 

Kinderen zijn anders.

Waren Tom en Loki kinderen geweest, dan had ik het heel anders aangepakt. Dan had ik deze woorden nooit en te nimmer tegen Tom gezegd! Ik zou verschillende dingen hebben gedaan, zoals gesprekken voeren met ieder afzonderlijk en samen. Ik zou activiteiten hebben geregeld waarbij ze samen zouden moeten werken om tot het einddoel te komen, waarbij ze veel lol zouden hebben samen, waarbij ze zouden zien wat de sterke kanten van de ander zijn, waarbij ze elkaar beter zouden leren kennen. Wat voor activiteiten zou onder andere sterk afhangen van de karakters van de jongens, van hun ‘voorgeschiedenis’, van hun behoeften en van hun communicatie-skills.

In het geval van mijn katten, wist ik bijna niets van Tom toen hij bij ons kwam, alleen dat hij heel graag bij andere katten was en erg bang was van mensen. Van Loki weet ik na anderhalf jaar uiteraard meer. Ik weet dat hij ontzettend graag knuffelt met ons, dat hij altijd zou kunnen eten, dat hij heel graag door de wijk rondstruint en dat hij (voor een kat) heel goed luistert. Ik weet ook dat hij bij een van onze buren heel graag op bezoek gaat en heerlijk met haar katten speelt en slaapt, dus dat hij in principe van andere katten houdt.

 

Hoe dan met kinderen?

Maar hoe hij in zijn eigen huis zou reageren op een andere kat, dat wist ik niet. En hoe katten in zo’n situatie kunnen reageren, wist ik ook niet. Dus heb ik meerdere keren gebeld met de katten-gedragstherapeute van het opvangcentrum waar Tom vandaan komt. Zij heeft mij wat basis informatie gegeven over kattengedrag en verder aangegeven dat ik ze veel tijd, aandacht en liefde moest geven. Dat ik heel goed op hun gedrag moest letten, op hun lichaamshouding en op de blik in hun ogen en dat ik ze pas zonder toezicht samen kon laten zijn, als ze zonder geluid ‘vochten’. En als je de katten nu ziet… Ze zijn bijna constant bij elkaar in de buurt, hebben af en toe een ‘gedoetje’ en Tom is (net als Loki) een enorme knuffelkat aan het worden. Dat laatste had ik echt niet verwacht, maar aandacht, tijd, liefde en rekening houden met de behoeften en angsten van Tom is alles wat hij nodig heeft (gehad).

En zo is het ook voor en met kinderen! Dat weet ik vanuit mijn ervaring als moeder, als  leerkracht en zeker ook vanuit mijn ervaring en expertise als coach. De laatste jaren heb ik me nog extra geschoold in gedrag, emoties en de hersenen, zodat ik, net als de katten-gedragstherapeute, een schat aan kennis en informatie heb, naast de praktische ervaring als moeder, leerkracht en coach.

 

Hoe gaat het bij jou?

Loop jij ergens tegenaan met je kind(eren)? Zie jij gedrag dat je liever niet ziet? Heeft jouw kind moeite met het uiten van zijn/haar emoties? En wil je graag gebruik maken van mijn kennis en ervaring? Stuur me dan een berichtje via WhatsApp (06 477 59 139) of via mail (info@okidokikindercoaching.nl) Ik neem daarna contact met je op om samen te kijken waar jij tegenaan loopt en wat ik voor je kan betekenen.

 

Wie weet tot snel! Groeten Hiske

HELP, mijn kind is zo vaak boos en ik weet niet meer wat ik moet doen!!!! (deel 2)

Heeft jouw kind regelmatig woede uitbarstingen? Heb jij al van alles geprobeerd, maar word je uiteindelijk zelf ook woedend of voel je je juist volledig lamgeslagen? Lees dan snel dit artikel en je weet alvast een paar dingen die je gaan helpen!
Er zijn waarop je in actie moet komen om grip te krijgen op boosheid: vóórdat er boosheid is en wanneer de boosheid er in alle heftigheid is. Op 1 maart heb ik aangegeven wat je kunt doen vóórdat er boosheid is. Vandaag geef ik tips over wat je kunt doen , zodat jullie de boze, heftige momenten makkelijker aankunnen in de toekomst.

Wat kun je doen op het moment dat je kind boos is:

  • Blijf rustig, laat je niet meeslepen in de heftige emotie van je kind. Hier help je je kind namelijk het meest mee. Wanneer je rustig en kalm blijft, terwijl je kind heel fel en heftig reageert, is de kans vele malen groter dat het niet nog verder escaleert. Vaak wordt het kind vanzelf al rustiger door jouw kalmte. Daarnaast is het voor jouzelf ook prettiger om rustig te zijn (blijven) dan om boos te worden.
  • Geef je kind de tijd om de woede eruit te laten komen op de manier die jullie hebben afgesproken (bij punt 1 in mijn vorige artikel staat hoe je dat kunt doen). Hoelang je kind nodig heeft om tot rust te komen, zal per situatie verschillen. Als je afspraken hebt gemaakt over wanneer en hoe jullie na zo’n situatie weer bij elkaar komen (zie punt 3 in mijn vorige artikel), dan zal er geen nieuwe woede-uitbarsting komen, omdat je te snel naar je kind toe bent gegaan.
  • Een gesprek voeren terwijl je kind nog heel boos is, heeft echt geen zin. De hersens zijn op dat moment simpelweg niet in staat om te luisteren naar jouw adviezen, inzichten en/of opmerkingen. Dus wees verstandig en wacht hiermee tot je kind weer tot rust is gekomen.
Wil je nog meer tips en inzichten lezen? Klik dan op het tabblad BLOGS/ARTIKELEN hier op de website, daar vind je verschillende artikelen over boosheid en andere emoties. Je kunt ook het GRATIS E-boek Grip op Boosheid aanvragen via het tabblad GRATIS HULP en je kunt je aanmelden voor de workshop Grip op Boosheid via het contactformulier onder tabblad CONTACT. Uiteraard kun je ook altijd persoonlijk contact met me opnemen via info@okidokikindercoaching.nl of 06-477 59 139.

HELP, mijn kind is zo vaak boos en ik weet niet meer wat ik moet doen!!!! (deel 1)

Heeft jouw kind regelmatig woede uitbarstingen? Heb jij al van alles geprobeerd, maar word je uiteindelijk zelf ook woedend of voel je je juist volledig lamgeslagen? Lees dan snel dit artikel en je weet alvast een paar dingen die je gaan helpen!

Er zijn twee momenten waarop je in actie moet komen om grip te krijgen op boosheid: vóórdat er boosheid is en wanneer de boosheid er in alle heftigheid is. Vandaag geef ik je tips en inzichten over wat je kunt doen vóórdat er boosheid is. Want ook hier geldt het spreekwoord “Een goede voorbereiding is het halve werk”. Door op rustige, gewone momenten bepaalde dingen met je kind(eren) te bespreken, kunnen jullie de boze, heftige momenten makkelijker aan.

 

Wat kun je doen op momenten dat er niets aan de hand is:

  • Bespreek wat je kind nodig heeft op momenten dat het zo boos is. De boosheid zal eruit moeten, alleen willen jullie allebei dat dit op een acceptabele manier gebeurt. Zodat er niets kapot gemaakt wordt en er niemand gewond raakt. Dus ga samen in gesprek om manieren te vinden die zowel voor je kind als voor jou goed voelt. Het kan zijn dat je kind op die momenten vooral met rust gelaten wil worden. Of misschien heeft het op die momenten juist behoefte aan een arm om zich heen? Zou het helpen als je dochter of zoon rondjes door de tuin gaat rennen? Of is springen op de trampoline een goed idee? Misschien wil je zoon graag stompen in een berg met kussens of wil hij heel hard knijpen in een stressbal of een knuffel? Bespreek met je kind welke manieren van ontlading en tot rust komen er zijn, en kies daar samen een aantal uit die voor jullie allebei goed voelen. Want pas wanneer de woede uit het lijf van je kind is, is er ruimte om te bespreken wat er aan de hand is en om te zoeken naar oplossingen. In de ‘heat of the moment’ is dit namelijk absoluut onmogelijk.

 

  • Nadat jullie weten wat je kind nodig heeft tijdens de heftige boosheid, is het slim om te bepalen op welke manier jullie kunnen zorgen dat dit niet vergeten wordt tijdens de boosheid. Met andere woorden, hoe zorgen jullie ervoor dat je zoon eraan denkt dat hij nu even moet gaan springen op de trampoline? Hoe zorgen jullie ervoor dat je dochter eraan denkt dat zij die stressbal moet gaan pakken of juist een knuffel bij jou komt halen? Sommige kinderen onthouden dit zelf, anderen hebben jou nodig als geheugensteuntje. Vaak is het handig om een bepaald gebaar, voorwerp of kort zinnetje (misschien zelfs maar 1 woord) af te spreken, zodat je heel eenvoudig en kort duidelijk kunt maken wat je kind kan gaan doen om de woede te uiten en tot rust te komen.

 

  • Vraag je kind ook hoe en wanneer jullie kunnen bespreken waar de woede vandaan kwam en wat jullie kunnen doen om het een volgende keer niet zover te laten komen. Je kunt bijvoorbeeld afspreken dat je kind naar jou toekomt, zodra het toe is aan dit gesprek. Maar voor veel ouders is het ook fijn om iets af te spreken waarbij de ouder het initiatief tot het gesprek kan nemen. Houd er wel rekening mee dat je kind niet altijd zal willen praten over het waarom en het hoe. Bespreek dit ook van tevoren met je kind en accepteer het wanneer je kind na afloop niet wil praten. Geef je kind de ruimte en het vertrouwen dat hij/zij zelf oplossingen kan bedenken en jou hier niet altijd voor nodig heeft.

In een volgend artikel zal ik je tips en inzichten geven over wat je kunt doen op het moment dat de boosheid er in al zijn heftigheid is, zodat jullie de boze, heftige momenten makkelijker aankunnen in de toekomst.

Wil je nog meer tips en inzichten lezen? Klik dan op het tabblad BLOGS/ARTIKELEN hier op de website, daar vind je verschillende artikelen over boosheid en andere emoties. Je kunt ook het GRATIS E-boek Grip op Boosheid aanvragen via het tabblad GRATIS HULP en je kunt je aanmelden voor de workshop Grip op Boosheid via het contactformulier onder tabblad CONTACT. Uiteraard kun je ook altijd persoonlijk contact met me opnemen via info@okidokikindercoaching.nl of 06-477 59 139.

Ik haat je! Ik mag nooit iets van jou!

Krijg jij deze woorden regelmatig naar je hoofd geslingerd? Heb jij een kind dat geen grip heeft op zijn of haar boosheid? Kinderen die regelmatig ontploffen, die elke dag wel een boze reactie geven op wat er gebeurt of juist om wat er niet gebeurt.

Boosheid is een lastige en vaak heftige emotie, voor iedereen, voor je kind en voor jou als ouder. Het is een emotie waarbij je vaak niet goed weet wat je ertegen kunt doen of hoe je erop moet reageren. In dit artikel geef ik een paar inzichten in boosheid, zodat je beter weet waar het vandaan komt, dat er ook iets goeds is aan boosheid en hoe je juist wel en juist niet zou moeten reageren op een boze bui van je kind.

Oorzaken boosheid

Boosheid kan door heel veel verschillende dingen veroorzaakt worden. Belangrijk is om te weten dat achter elk gedrag (dus ook achter boos gedrag) een bepaalde behoefte schuil gaat. Het kind dat de woorden uit de titel schreeuwde wilde heel graag iets en toen zij dat niet mocht van haar ouders, werd ze boos. Dat ‘iets willen’, die behoefte verschilt uiteraard per persoon en per situatie. Het is daarom niet makkelijk om de behoefte meteen te weten, maar het is zeker de moeite waard om ernaar op zoek te gaan.

Waarom is boosheid goed?

Door boos te worden, zeg je eigenlijk “tot hier en niet verder”, “mijn grens is bereikt”, of zelfs “je bent (ver) over mijn grens heen gegaan”. Het is dus een manier om onszelf te beschermen. Als je kind nooit boos wordt, dan kan het zijn dat er regelmatig over zijn of haar grens heengegaan wordt. Heel belangrijk om hier iets aan te gaan doen lijkt me, want we weten allemaal dat zo’n situatie vergaande gevolgen kan hebben.

Hoe juist wel en juist niet reageren

Op het moment dat je kind woedend is, heeft het geen zin om het gesprek aan te gaan. De hersens van je kind zijn door de woede soort van ‘uitgeschakeld’ waardoor ze zo’n gesprek niet kunnen voeren. Zelf boos terug reageren, heeft ook geen zin, want dat is alleen maar olie op het vuur en zal de boosheid bij je kind alleen maar groter en heftiger maken. Het beste wat je kunt doen op het moment dat je kind heel boos is, is zelf rustig blijven en laten weten dat je er voor je kind bent (voor een knuffel of een gesprek).

Afspraken maken met je kind

Het beste is om op een rustig moment met je kind te bespreken wat voor hem of haar een fijne manier is om weer rustig te worden. Dit verschilt namelijk per kind, dus bespreek welke plek, welke manier en welke persoon het beste is voor jouw kind. Spreek ook af hoe jij je kind hiermee kan helpen wanneer je kind woedend is. Dus hoe geef jij aan wat die afgesproken manier, plek of persoon is die kan helpen? Dit kan het beste met een korte zin of misschien een bepaald gebaar.

Soms heeft je kind het juist nodig om de boosheid fysiek te kunnen uiten, Ook hierover kun je het beste op een rustig moment samen bepalen wat wel en wat niet acceptabel is. Met deuren slaan is voor de meeste ouders niet acceptabel, maar in kussens stompen of op de trampoline springen waarschijnlijk wel. Ga dus samen op zoek naar manieren waarop de woede er lichamelijk uit mag komen.

Meer informatie of hulp nodig?

Heb je na het lezen van dit artikel het gevoel dat je nog meer informatie of hulp nodig hebt? Kijk dan onder het kopje “Welke hulp is er?” of neem direct contact met mij op via 06-477 59 139. Ik heb meerdere artikelen en zelfs een E-boek geschreven over boosheid, ik begeleid ouders en kinderen in 1-op-1 coaching en ik geef workshops over Grip op Boosheid. De artikelen kun je op deze pagina (Blogs/Artikelen) lezen en onder het kopje “Welke hulp is er?” kun je informatie vinden over de coaching en de workshops.

Ik ga NOOIT meer met jou naar de speeltuin! Het is ook ALTIJD hetzelfde liedje met jou!

De vader die dit schreeuwde naar zijn dochter had al spijt van zijn woorden, nog voordat het laatste woord weerklonk. Maar ja, hij had ze al gezegd en zijn dochter staarde hem met opengesperde ogen en mond aan. Waarna ze in tranen uitbarstte en heel hard wegrende. Dit alles gebeurde in slechts een paar seconden tijd.

Ik zag de vader nog achter zijn dochter aanrennen, maar heb ze daarna niet meer gezien, dus ik weet niet wat er verder nog is gebeurd tussen die twee. Wat ik wel weet is dat mijn hart pijn deed. Voor de vader, voor het meisje en voor al die andere ouders en kinderen die dit soort situaties meemaken.

Heftige emoties die zorgen voor heftige woorden.

We zijn (gelukkig) allemaal mensen en dus schieten we allemaal weleens uit onze slof, zeggen we allemaal weleens domme dingen en reageren we allemaal weleens te heftig op een ander. Als ouder/opvoeder doen we dat natuurlijk ook, maar het lastige is dat we hiermee onze kinderen iets leren wat we ze liever niet leren: in boosheid overhaaste beslissingen nemen of overtrokken reacties geven. Nu vraag je jezelf misschien af: Hoezo leren we ze dat? Dat leren we ze omdat kinderen doen wat wij doen, niet wat wij zeggen dat ze moeten doen.

De vader in het voorbeeld hierboven was extreem geïrriteerd doordat zijn dochter in de speeltuin de hele tijd om een ijsje vroeg. Naast de speeltuin zat namelijk een ijssalon en ik neem aan dat het meisje elke keer als ze in deze speeltuin waren, onophoudelijk bleef vragen om een ijsje. Uiteindelijk werd dit de vader te veel en schreeuwde hij in boosheid “Ik ga NOOIT meer met jou naar de speeltuin! Het is ook ALTIJD hetzelfde liedje met jou!”

Terwijl hij diep in zijn hart heel goed weet, dat hij echt nog wel een keer met haar naar de speeltuin zal gaan en dat zijn dochter echt niet altijd om een ijsje zeurt. Dus zal hij terug moeten komen op zijn woorden. Nou hoeft dat in dit geval misschien niet, want zijn dochtertje was nog heel jong, maar wat oudere kinderen zullen waarschijnlijk de volgende keer dat hij met ze naar een speeltuin gaat, terugkomen op wat hij eerder had gezegd. Het is daarom verstandiger om niets te zeggen wanneer je boos bent en pas wanneer je weer rustig bent met je kind te praten over het gedrag waar jij last van had.

Dat is namelijk het moment waarop je samen kunt bedenken hoe het de volgende keer anders kan gaan, zodat je allebei een fijne tijd in de speeltuin hebt (met misschien zelfs een ijsje toe😊).

In komende artikelen zal ik een aantal inzichten en tips delen over wat je nog meer kunt doen om samen met je kind grip te krijgen op boosheid. Wil je daar niet op wachten? Vraag dan vandaag nog mijn gratis E-boek Grip op Boosheid aan via deze link.

Nee, ik wil naar de speeltuin!!!

Ben jij net als ik een ouder die zo ontzettend graag je kind wilt helpen dat je meteen met 2 of 3 oplossingen aan komt dragen? Wanneer mijn dochter moeite had met een leerkracht of met een situatie met een vriendin, dan had ik in een paar seconden wel een aantal mogelijke oplossingen paraat. En die vertelde ik haar ook. In het begin echt met woorden als “zeg dit, doe dat, bespreek dat.” Later iets genuanceerder, “misschien kun je dit doen/zeggen/bespreken”, omdat ik merkte dat ze het niet fijn vond op de manier waarop ik ‘opdrachten gaf’.

Door (zelf)studie ben ik inmiddels tot het inzicht gekomen dat je beter kunt achterhalen welke behoefte je kind heeft en van daaruit op zoek te gaan naar mogelijke oplossingen. Het is niet altijd makkelijk om de behoefte te raden/vinden, maar ik heb wel gemerkt dat je op die manier tot veel passender oplossingen komt. Oplossingen waar je niet zo snel op zou zijn gekomen als je alleen maar naar het ‘probleem’ had gekeken.

Een voorbeeld om dit duidelijk te maken.

Stel je kind wil naar de speeltuin bij jullie om de hoek, maar jij hebt geen zin om zolang op een hard bankje in de wind te zitten. Dus je stelt voor om samen de hond uit te laten in plaats van naar de speeltuin te gaan. Voor jouw gevoel een prima oplossing: Jullie zijn dan wel allebei buiten, je kind kan lekker rennen en met de hond spelen in het bos en jij hoeft er niet nog een keer uit om de hond later uit te laten. De reactie van je kind is echter: “NEE, ik wil naar de speeltuin!!!!” Hoe kan dit nou? Vorige week werd hij toch helemaal blij van mijn voorstel? Waarom nu dan niet?

Herkenbaar?

Is dit je wel eens (of vaak) overkomen? En snap jij er helemaal niets meer van? Vraag je je nu af wat dit nou met behoeftes te maken heeft? Ik zal het je uitleggen: Wanneer je (samen met je kind) had gezocht naar de behoefte achter de wens naar de speeltuin te gaan, dan had dat bijvoorbeeld kunnen zijn: duikelen, schommelen, glijden. Allemaal dingen die in het bos niet kunnen. Dus een passender oplossing zou zijn geweest: naar de binnenspeeltuin gaan, daar kan je kind lekker duikelen, schommelen en van de glijbaan af en jouw behoefte aan warmte en een comfortabele stoel wordt ook vervuld, omdat je lekker binnen op een zachte bank lekker kan zitten.

Hoe doe ik dat?

Stel vragen om erachter te komen waar je kind behoefte aan heeft, wat hij of zij nodig heeft. Dus in de situatie van de speeltuin kun je bijvoorbeeld vragen: Wil je graag buiten zijn? Wil je graag hard rennen? Wil je lekker schommelen en glijden? Wil je met je vriendjes uit de buurt spelen? Door dit soort vragen te stellen, krijg je een helder beeld van wat je kind graag wil en kun je dus met passende oplossingen komen. Vergeet daarbij niet je eigen behoefte! In dit geval heb je behoefte aan warmte en comfort, dus benoem dit ook richting je kind en neem het ook mee in de mogelijke oplossing.

Mijn tip

Leer kijken/zoeken naar de behoefte die achter een vraag of achter bepaald gedrag zit. Het zal je naast passender oplossingen ook een veel fijner contact met je kind opleveren. Want wie wordt er niet blij van wanneer er echt gekeken wordt naar wat jij als persoon nodig hebt, wat jouw behoefte is? En nogmaals: vergeet daarbij niet dat jouw eigen behoefte ook vervuld mag worden, niet alleen die van je kind

Is je kamer nou nog niet opgeruimd!!! We hadden toch afgesproken dat je dat voor het avondeten zou doen?

Hoe vaak heb ik dat wel niet tegen mijn dochters gezegd (en soms geschreeuwd). Ik voel nu weer de frustratie, machteloosheid en moedeloosheid. Toen wist ik nog niet wat ik inmiddels wel weet: wij denken dat we een afspraak met onze kinderen maken, maar voor hen voelt het gewoon als een opdracht.

Afspraken maken doe je namelijk samen. Een afspraak is iets dat jij en een ander elkaar toezeggen. Dat impliceert dus vrijwilligheid. Als jij niet wilt, maak je de afspraak niet. Het is pas een afspraak als alle partijen vinden dat het een afspraak is en dat kan pas wanneer je erachter staat.

Mijn ervaring

Mijn ervaring als moeder en als leerkracht is dat wij volwassenen bijna nooit echt een afspraak met kinderen maken. Meestal geven we ze feitelijk een opdracht die we een “afspraak” noemen. Wij willen dat er bepaalde dingen wel of juist niet gebeuren en dus ‘spreken we af’ dat de kamer voor het avondeten is opgeruimd, dat jassen niet op de grond gegooid worden, maar netjes worden opgehangen aan de kapstok, dat we elkaar op school niet uitschelden, dat we het klaslokaal netjes houden, etc. Tegenwoordig worden afspraken op school/in klassen al wel wat meer in overleg vastgelegd heb ik het idee, maar in de meeste huizen geven ouders nog heel vaak opdrachten die ze vervolgens afspraken noemen. Deze ouders krijgen vast regelmatig de volgende reactie van hun kind(eren): “Dat heb ik nooit afgesproken!! Dat wil jij gewoon!”

Mijn tip

Mijn tip voor alle ouders (en leerkrachten) is daarom: maak daadwerkelijk afspraken met je kind(eren). Zorg dat beide partijen het eens zijn over wat je afspreekt en als dit echt niet lukt, terwijl je wel wilt dat het gebeurt: noem het dan een regel of een opdracht en geen afspraak! In het begin vraagt het maken van afspraken waarschijnlijk wat meer tijd en energie, maar de kans dat die kamer gewoon op tijd wordt opgeruimd, of de jassen netjes opgehangen worden aan de kapstok is vele malen groter dan daarvoor. En op het moment dat je dochter zich niet aan de afspraak houdt, kun je haar daar wel veel beter op aanspreken, omdat ze akkoord is gegaan met de afspraak toen jullie hem maakten.

Veel succes met het maken van afspraken de komende tijd!

Wat wil ik nou? Wat zal ik nou? Waarom weet ik het nou nog steeds niet?

Frustratie, irritatie, machteloosheid en verdriet streden regelmatig om voorrang tijdens het stellen en beantwoorden van bovenstaande vragen de afgelopen 30 jaar.

Ik had zo’n moment toen ik 18 was (wat ga ik studeren?), toen ik net terug was uit Australië in 2003 (wat ga ik doen: werken of omscholen tot leerkracht?), toen ik een aantal jaar voor de klas stond (blijf ik leerkracht of ga ik terug naar het bedrijfsleven?), nadat ik anderhalf jaar op kantoor had gewerkt (ik mis het werken met kinderen) en uiteindelijk in 2018 (blijf ik in het onderwijs of ga ik vol voor mijn praktijk?).

Sinds 2003 is het antwoord op de vraag “Wat wil ik nou?” elke keer weer “Ik wil met kinderen werken. Ik wil de persoon zijn die hen kennis, kunde en handvatten geeft om stevig in de maatschappij te kunnen staan en om de wereld weer wat prettiger te maken qua omgang met elkaar.”

Als leerkracht merkte ik dat ik te weinig tijd kon vinden voor dat wat ik het allerbelangrijkste vind om ze te leren en dat is “het omgaan met elkaar”. Dus toen ik in 2012 voor mijn eigen dochter in contact kwam met een kindercoach, voelde ik meteen “dit is wat ik zelf wil gaan doen!”. Uiteraard heb ik toen niet meteen een eigen praktijk gestart (dat zou pas ‘stoer’ zijn geweest), maar vanaf dat moment heb ik wel, rustig in mijn eigen tempo, steeds meer en grotere stappen gezet om mijn eigen praktijk OKIDOKI-Kindercoaching op te tuigen.

Met als resultaat dat ik me nu zoveel als ik wil, kan focussen op het helpen en ondersteunen van ouders en kinderen. Ik heb inmiddels heel wat ouders en kinderen met mijn kennis, ervaring en enthousiasme vele inzichten, tips en tools gegeven waardoor ze als individu en als gezin weer vol vertrouwen meedraaien in hun omgeving.

Om dat nog meer te kunnen gaan doen, ben ik op dit moment druk bezig met het bedenken van ‘producten’ die ouders en kinderen kunnen ondersteunen zonder dat ze fysiek in de praktijk hoeven te zijn. Want hoewel ik intens geniet van de 1 op 1 coachingssessies in mijn praktijk, weet ik ook dat niet iedereen de stap naar individuele coaching al kan of wil zetten. Maar ik wil ook die ouders en kinderen graag een stapje verder helpen. Vandaar dat ik bezig ben met het zoeken naar die andere middelen.

Ik borrel over van de ideeën, vind het lastig om keuzes/prioriteiten te stellen, maar zodra ik een besluit heb genomen en wat verder ben met het concreet maken van het ‘product’ zal ik het jullie via dit kanaal laten weten.

Wordt dus vervolgd!!!

Luisteren is zo makkelijk nog niet.

“Ik word er zo verschrikkelijk moe van! Ze luisteren echt nooit naar me!” Een veelgehoorde kreet in Nederlandse gezinnen. Ik wil al deze ouders het volgende vragen: Luister eerst goed naar je kind, probeer hem/haar te begrijpen en vertel dan pas je eigen ‘verhaal’.

Je kind heeft namelijk behoefte om te kunnen vertellen en zelf oplossingen te bedenken. Soms heeft een kind zelfs alleen maar behoefte om te kunnen spuien en is er helemaal geen behoefte aan advies en/of een oplossing. Wij voelen als ouders echter vaak een enorme drang om te helpen en komen daarom heel vaak (ongevraagd) met adviezen en oplossingen aandragen, nog voordat we ECHT geluisterd hebben naar onze kinderen.

 

6 TIPS om echt te luisteren.

  • Als je probeert mee te voelen met je kind en aandacht hebt voor het gevoel van je zoon of dochter, geef je het signaal dat je de ander echt ziet en hoort. Pas wel op dat je tijdens het luisteren niet tegelijkertijd in je hoofd nadenkt over wat jij zelf zo meteen wilt gaan zeggen. Luister echt voor de volle 100%. Wat helpt je hierbij:
  • Vraag regelmatig door op datgene wat de ander zegt en vat af en toe samen wat je hebt gehoord. Bijvoorbeeld “Kun je nog wat meer vertellen over wat die ander deed?” of “Klopt het dat je vooral boos werd omdat zij je niet uit liet praten? Of vond je ook wat zij zei heel vervelend?”
  • Door te reageren vanuit begrip (“Ik begrijp dat je daar boos om werd en even geen zin meer had om mee te doen.”) ontstaat er ook rust bij de ander en daardoor ruimte om (indien nodig) met elkaar in gesprek te gaan over eventuele oplossingen of het geven van advies.
  • Wees oprecht geïnteresseerd in wat je kind bezighoudt. Vraag erop door als je zoon vertelt over de knikkerbaan die hij met zijn vrienden heeft gemaakt, vraag je dochter wat ze het leukste vindt om te doen tijdens de pauze op school, vraag door over de verhaallijn of de karakters in de televisie serie waar je kind graag naar kijkt. En als er dingen omhoog komen, waarvan jij denkt dat dit anders kan: houd je in en wees alleen oprecht geïnteresseerd, stel hooguit een vraag als: “Waarom denk je dat?” of “Wat doet hij dan wat jou zo ergert?” Als je zoon of dochter je advies of hulp nodig heeft, zal hij/zij er wel om vragen.
  • Ongevraagd advies geven is bijna nooit handig, maar we doen dit wel heel vaak Heel lief en goed bedoeld, maar het geeft ons kind steevast het gevoel dat we niet echt open staan voor zijn gevoelens, dat we denken dat hij dit ‘probleem’ niet zelf zal kunnen oplossen en het wekt de indruk dat we ‘geen tijd hebben om goed te luisteren’. Mijn advies is: WACHT totdat je kind om advies vraagt, of als je zoon of dochter dat niet doet en je wilt toch heel graag iets adviseren, VRAAG dan of je wat advies mag geven.
  • Daarnaast hebben we vaak de neiging om het probleem van onze zoon of dochter te gaan bagatelliseren. Vaak omdat wij, door onze levenservaring, vinden dat het zonde is om hier zoveel tijd, emotie en energie in te stoppen. Maar we vergeten daarbij dat wij het op die leeftijd waarschijnlijk ook een enorm probleem hadden gevonden. Door tegen je kind te zeggen “Ah joh, zo erg is het toch niet?” of “Je hoeft toch niet bang te zijn voor honden?” geef je de indruk dat je de gevoelens van je zoon of dochter niet serieus neemt en voelt je kind zich dus niet serieus genomen en gezien.

Iets wat we allemaal willen en nodig hebben: Serieus genomen worden, gezien en gehoord worden, geaccepteerd worden zoals we zijn, met onze leuke en minder leuke kanten. Daarin verschillen onze kinderen echt niet zoveel van ons

Ik kan het niet, ik wil het niet en ik leer het nooit!

Wat doe je als je zoon zich machteloos voelt en bovenstaande woorden steeds herhaalt.

Er zijn verschillende manieren waarop wij als volwassenen op deze situaties reageren.

  • Met overtuiging dat ze het kunnen: “Natuurlijk kan je dat wel, gewoon even doorzetten”,
  • Met irritatie over de houding van het kind: “Het is ook altijd hetzelfde met jou, je zeurt alleen maar dat je het niet kan, doe het nou maar gewoon” of
  • Met bagatelliseren van de grote berg die het kind ziet: “Je maakt het veel te groot, zo moeilijk is het niet hoor.”

Helaas zijn geen van deze reacties echt helpend voor je kind. Wat meer kans van slagen heeft, is het erkennen en benoemen van de gedachten en gevoelens die je kind waarschijnlijk heeft. Door bijvoorbeeld te zeggen: “Denk je dat het heel moeilijk is en ben je bang dat het niet zal lukken?” of “Denk je dat je vriendje je dom vindt en voel je je verdrietig dat je het nooit zal leren?”

Door op deze manier de gedachten en gevoelens van je kind te erkennen en te benoemen, leer je je kind heel veel dingen:

  • Gedachten zorgen voor gevoelens en samen zorgen ze voor jouw gedrag
  • Niet al jouw gedachten zijn waar
  • Iedereen heeft gevoelens en het is goed om die te (h)erkennen
  • Gevoelens en emoties gaan ook weer voorbij
  • Door je gedachten en gevoelens te kennen, kun je op zoek gaan naar oplossingen
  • Er zijn meer oplossingen mogelijk, als je er maar naar zoekt
  • Door te oefenen en door fouten te maken leer je heel erg veel
  • Als je vandaag iets niet kunt, wil dat niet zeggen dat je het morgen ook niet kunt

Als je op deze manier omgaat met de uiting van je kind “Ik kan het niet” leer je je kind beter kennen, neem je je kind serieus en ga je samen op onderzoek uit naar wat hem/haar wel kan helpen in een moeilijke situatie.

Je kunt je kind ook meteen laten zien dat jij ook nog iedere dag nieuwe dingen leert, want: Jij kan dit (nog) niet, je wilt het wil en dit is de tijd om het te leren . Samen met je kind(eren)!

Laten we allemaal wat meer leven naar de wijsheid van Pippi Langkous (zie afbeelding).

 

 

Ik kan het niet! Dat lukt me nooit!

Veel te vaak hoorde ik deze woorden van mijn kinderen, van mijn leerlingen en regelmatig ook van mijzelf. Zo jammer, want het zorgt er meestal voor dat dingen ook inderdaad niet lukken. Met andere gedachten, een andere mindset, lukken dingen vaker of op zijn minst is het gevoel dat jijzelf hebt veel prettiger.

Als je dochter regelmatig zegt “Ik kan het niet!” en “Dat lukt mij nooit!” dan heb ik een paar tips voor je:

  • Neem haar serieus en geef aan dat het inderdaad moeilijk is wat zij wil of moet doen.
  • Geef aan dat jij sommige dingen ook heel moeilijk vindt, maar dat je het wel altijd probeert. Dat je soms om hulp vraagt, maar dat het je bijna altijd lukt.
  • Stel vervolgens vragen over de gedachten die je dochter in haar hoofd heeft: “Klopt het dat het je nog nooit is gelukt?” “Weet je zeker dat je het niet kunt?”
  • Ga daarna samen op zoek naar gedachten die zouden kunnen helpen: “Ik heb al wel een keer…. En dat is toen ook gelukt.” Of “Als ik eerst goed kijk hoe … het heeft gedaan, dan weet ik beter hoe ik het zou kunnen doen.”
  • Blijf in de buurt als je dochter het gaat proberen en stimuleer haar om door te zetten. Neem het niet over, want dan krijgt ze niet de succeservaring die ze nodig heeft.
  • Geef complimenten over het proces, over wat zij doet en niet over wat ze bereikt. Zeg bijvoorbeeld “Dat heb je goed aangepakt” of “Knap dat je door hebt gezet toen het even niet lukte”. Bij een tekening kun je bijvoorbeeld zeggen: “Wat heb je goed op de details gelet van die hond, ik zie heel duidelijk vlekken in zijn vacht” in plaats van “Wat heb je die hond mooi getekend”
  • Als je merkt dat de taak te groot is voor je dochter, dat ze de taak niet kan overzien, help haar dan om de taak in kleinere stappen te breken en schrijf die samen met haar op. Op die manier is er structuur en overzicht en kan je dochter meerdere succesmomenten hebben tijdens het hele proces.

In het plaatje bij deze tekst staan meerdere voorbeelden van een positieve mindset, ook wel Groeimindset genoemd. Neem ze eens rustig door en kijk of je er een aantal kan gebruiken voor jezelf of iemand in je omgeving die vaak een (negatieve) vaste mindset heeft. Ik zou het heel leuk vinden als je je bevindingen met mij wilt delen. Dat kan onder dit artikel of via info@okidokikindercoaching.nl als je niet wilt dat iedereen het kan lezen.

Zie lastig gedrag als een noodsignaal

Ik las lang geleden een interessant artikel waarin iemand ‘probleemgedrag’ vergeleek met koorts. Ik weet helaas niet meer wie het artikel heeft geschreven, maar ik neem graag de vergelijking over.

Bij koorts weten we allemaal dat dit een reactie is op iets wat ‘niet goed is in het lichaam’. Op internet heb ik de volgende uitleg gevonden over koorts: “Koorts is een normale, goede reactie van uw lichaam als een virus of bacterie uw lichaam binnen wil komen. Uw lichaam gaat dan stoffen maken tegen het virus of de bacterie: dit zijn afweerstoffen. Hierbij kan uw lichaam de temperatuur verhogen. Bij een hogere temperatuur kan uw lichaam meer afweerstoffen aanmaken. Zo kan uw lichaam het virus of de bacterie beter onschadelijk maken. Koorts is dus een goede reactie van uw lichaam.”

Een noodsignaal, een waarschuwing
De koorts is dus een noodsignaal, een waarschuwing om aan te geven dat er iets aan de hand is waar je iets aan moet doen. Daarnaast is het ook een hulpmiddel, het is een middel om je lichaam weer beter te maken. Je kunt ervoor kiezen om medicijnen in te nemen om de koorts zo snel mogelijk te verlagen, maar dan ontneem je je lichaam de kans om beter te worden. Als je daarnaast ook niets doet aan het onderliggende probleem (de infectie of bacterie waar de koorts op reageerde), los je het echte probleem dus niet op, zal de infectie of bacterie niet verdwijnen en op een later tijdstip weer de kop opsteken, misschien nog wel heftiger dan de eerste keer.

Hetzelfde geldt voor ‘probleemgedrag’. Het gedrag is een signaal dat er iets niet goed is in het leven van de ‘lastige persoon’. Je kunt acties nemen om te zorgen dat het gedrag verandert, maar als je niet onderzoekt wat de reden voor het gedrag is en daar iets aan gaat doen, zal het gedrag uiteindelijk weer terugkomen. Soms zelfs in versterkte mate.

Dus focus niet op het zeuren, schreeuwen, liegen, dwarsliggen, spijbelen, weglopen, vechten, zich terugtrekken of op de woedeaanvallen, maar zie het als een signaal en ga op zoek naar de reden van dit gedrag. Daarna kun je kijken of je iets aan de oorzaak, de reden van het gedrag kunt veranderen. Zodra dat gelukt is, verdwijnt het ‘lastige gedrag’ automatisch.

Maar hoe dan?
De meeste volwassenen proberen van alles in hun reactie op het gedrag: geduldig blijven, negeren, belonen/straffen, boos worden, positieve aandacht geven, heel streng zijn, alles toestaan, etc. Maar dit zijn reacties op het zichtbare gedrag (de koorts), maar er wordt helaas te weinig gezocht naar de reden achter het gedrag.

Op zich begrijpelijk, want we hebben NU last van het gedrag en willen dat het NU stopt. Uitzoeken waarom een kind zich zo gedraagt, kost tijd en inspanning. Iets wat we lang niet altijd hebben op zo’n moment. Maar als we het gedrag gaan zien als het waarschuwingssignaal dat het is en ons realiseren dat het oplossen van de reden van het gedrag de èchte oplossing is, dan weten we ook dat het die tijd en inspanning meer dan waard is.

Bepaal welk doel je nastreeft
Een huilbui kan een teken zijn dat het kind zich eenzaam voelt, een driftbui kan het gevolg zijn van de angst om ergens heen te gaan, met dwarsliggen kan een kind aan willen geven dat het zich niet gezien of gehoord voelt. Pas als het kind zich niet meer eenzaam voelt, zal het huilen stoppen, pas als de angst om ergens heen te gaan is erkent en daar een oplossing voor is gevonden, zullen de driftbuien stoppen, pas als het kind zich gezien en gehoord voelt, zal hij niet meer dwarsliggen.

We willen dat onze kinderen gelukkig zijn, zich goed voelt. Dus heb als doel “Ik wil dat mijn kind zich goed voelt, dat mijn kind gelukkig is” en niet “De driftbuien moeten stoppen” of “Ik wil dat hij niet meer vecht met andere kinderen”. Als je kiest voor het eerste doel is het makkelijker om je vol overgave te storten op het zoeken naar de achterliggende reden van het gedrag en minder gefocust te zijn op het gedrag zelf.

Gedrag heeft altijd een reden, een functie

Soms zijn we als ouder en verzorger ten einde raad, omdat een kind gedrag vertoont waar wij niet blij van worden. Of waar anderen in de omgeving van het kind niet blij van worden. En soms is ook het kind zelf niet blij met het gedrag.

Waarom vertoont het kind dit gedrag?
Zeker in het laatste geval, als het kind zelf ook niet blij is met zijn of haar gedrag? Dat heeft alles te maken met het feit dat elk gedrag een reden, een functie heeft. Soms is die reden of functie niet heel helder en duidelijk, maar in veel gevallen wel.

Als Mila vecht met Sem, dan komt er na een gesprekje meestal uit dat Sem iets heeft gedaan of gezegd waar Mila heel erg boos om werd. En Mila wist geen andere manier van reageren dan vechten. Of als Levi zich elke dag de brandweerauto in de kleuterklas van andere kinderen afpakt, dan is wel duidelijk dat Levi gewoon heel erg graag met die brandweerauto wil spelen.

Maar wat als Emma elke dag haar spellingschrift van tafel veegt, zodra het op haar tafel wordt gelegd, of wanneer Noah altijd in woede uitbarst zodra zijn zusje in zijn kamer komt? Of als Zoë zich thuis helemaal terugtrekt en niet wil praten over wat haar dwarszit? Dan is het waarom van het gedrag niet zo duidelijk en helder.

Wat is de beste reactie op dit gedrag?
Ik ben van mening dat we elk “probleemgedrag” moeten zien als een waarschuwingssignaal. Het kind wil ons laten weten dat er iets aan de hand is, dat het leven niet is zoals hij/zij het fijn vindt. Oftewel: deze jongen of dit meisje zit niet lekker in zijn of haar vel. En wat kun je dan doen als ouder/verzorger?

De beste reactie op dit gedrag is: zoek naar de boodschap achter het gedrag. Want er zijn globaal twee functies voor “probleemgedrag”:

  • Het gedrag is een manier om zichzelf te beschermen tegen een bepaald naar of negatief gevoel (machteloosheid, verdriet, angst, …)?
  • Het gedrag is een manier om te laten zien dat er iets aan de hand is.

Daarom is mijn voornaamste tip aan ouders en verzorgers: Onthoud dat het kind dit gedrag vertoont met een reden en het is aan jullie om die reden te achterhalen. Want zolang er niets gebeurt aan ‘dat wat er aan de hand is’, zal het probleemgedrag ook blijven komen. Je kunt hele duidelijke afspraken maken over het niet meer vertonen van het gedrag en je kind kan zich daar ook super aan houden (Levi zal de brandweerauto niet zomaar meer afpakken, Mila zal niet gaan vechten als ze haar zin niet krijgt, Emma zal haar spellingsschrift niet meer op de grond gooien, etc.), maar ik geef je op een briefje dat er redelijk snel ander “probleemgedrag” voor in de plaats komt. Net zolang tot het èchte probleem waar het kind mee worstelt is ‘aangepakt’.

Hoe los je het op?
Dus doe je kind (en jezelf) een groot plezier en ga uitzoeken wat het kind wil vertellen met zijn/haar gedrag. Onderzoek wat het èchte probleem is waar aandacht voor nodig is. Is je zoon misschien heel verdrietig of eenzaam en vertoont hij daarom dit gedrag? Voelt je dochter zich misschien niet echt gehoord, gezien of begrepen? Ervaart je zoon misschien heel veel spanning in zijn leven? Heeft je dochter misschien moeite met het schoolwerk? Zodra je dàt hebt achterhaald, kan daar aan gewerkt worden. Daarna zal het “probleemgedrag” uiteindelijk stoppen en zit het kind weer veel lekkerder in zijn/haar vel.

Kan ik dat wel?
En mocht je nu denken dat dit teveel of te lastig is om zelf aan te pakken. Dan kan ik je vertellen dat er veel hulp te vinden is in de buurt. Zo kun je altijd in gesprek gaan met de leerkracht(en) van je kind. Zij zien je zoon of dochter elke dag en hebben ontzettend veel ervaring met kinderen van die leeftijd. Daarnaast zijn ze zeer gepassioneerd om je kind zo goed mogelijk te ondersteunen, ook op emotioneel en sociaal gebied. Ook zijn er op scholen meestal speciale begeleiders aanwezig die gericht met je kind aan de slag kunnen, zoals een vertrouwenspersoon, een Intern Begeleider, e.d. En buiten school zijn er ook meerdere mogelijkheden voor hulp: psychologen, therapeuten en natuurlijk ook kindercoaches zoals ik.

Heb je vandaag al een compliment gegeven?

Vandaag, op Nationale Complimentendag, wil ik jullie graag iets meegeven over het geven van complimenten. Velen van ons geven ongetwijfeld al lang en regelmatig complimenten aan anderen, maar ik weet (uit eigen ervaring en van verschillende cursussen) dat het geven van een ‘goed’ compliment toch nog niet zo eenvoudig is als we denken. Met ‘goed’’ bedoel ik een compliment dat daadwerkelijk binnenkomt, dat resoneert bij de persoon die gecomplimenteerd wordt. Hij of zij ervaart bij zo’n compliment ook een positief gevoel. Dat bedoel ik met een ‘goed’ compliment.

Wat maakt een compliment een ‘goed’ compliment?

Als je heel specifiek en concreet aangeeft wat je waardeert of bewondert en vertelt wat het positieve effect is voor jou, de omgeving of de persoon zelf, zal je compliment het meeste effect scoren. Door te benoemen wat je speciaal en fijn vindt aan het positieve gedrag, zal de ontvanger van het compliment zich bewuster zijn van het positieve effect en de positieve gevolgen van zijn/haar gedrag.

Ook is het belangrijk om het compliment individueel en persoonlijk te maken, waarbij je het gedrag benoemt en complimenteert en niet zozeer de persoon als geheel. Dus niet “Jij bent goed” maar juist “Jij hebt …  goed gedaan”.

Richt je in het compliment vooral op de inzet, het proces, de ontwikkeling van het kind. Het eindresultaat is van minder belang. Ook is het goed om complimenten te geven op momenten dat dingen niet zijn gelukt, maar het kind bijvoorbeeld wel heeft doorgezet.

Vaak vergelijken we kinderen met andere kinderen. Het is echter verstandiger om het kind met zijn/haar eigen prestaties te vergelijken. Dus benoemen wat het nu wel kan of beter kan dan eerder. Daardoor ziet het kind dat het groeit en dat is een enorme stimulans om door te gaan.

Uiteraard werkt een compliment alleen maar als het oprecht en welgemeend is, dus vanuit je hart gegeven wordt. Ook is het beter om een realistisch compliment te geven en iets wat goed, knap of mooi is niet enorm aan te dikken en erg te overdrijven, In eerste instantie lijkt dit misschien positief, maar uiteindelijk zal de ontvanger van het compliment gaan twijfelen aan de oprechtheid en waarheid van het compliment.

Hoe geef je een compliment het beste?

Het allerbelangrijkste is dat je echt contact hebt met de persoon die je gaat complimenteren. Dus loop naar hem/haar toe, ga eventueel op gelijke hoogte zitten en zorg voor oogcontact. Begin je compliment met “Ik …..” en benoem dan het gedrag of de actie van de ander waar jij blij van wordt, waardering voor hebt. Geef duidelijk aan wat dit gedrag/actie is en wat je daar zo fijn aan vindt (wat het voor jou betekent dat deze persoon dit deed/doet). Vaak zorgt een voorbeeld voor meer duidelijkheid.

Bovenstaande stappen zet je vooral als je zelf heel bewust je kind een compliment wil geven. Er zijn echter ook heel wat momenten waarop je zoon of dochter je min of meer vraagt om een compliment. Door je iets te laten zien dat ze hebben gemaakt of door te vertellen over iets wat ze hebben gedaan. Op zo’n moment is het van belang dat je meer doet dan een algemeen compliment geven. Geef dan een compliment over iets specifieks van die tekening, dat bouwwerk, die actie. Bijvoorbeeld ”Wat heb je die poes mooi ingekleurd” of “wat heb jij een vrolijke en kleurrijke tekening gemaakt”. Of als je kind voor het eerst alleen van de glijbaan is afgekomen, kun je zeggen “Wat stoer dat je helemaal alleen van de glijbaan bent gegaan zeg!”

Het Complimentenspel

Vorig jaar ben ik een heel leuk kaartspel tegengekomen “Het ComplimentenSpel”. Dit spel bevat 80 verschillende soorten complimenten die gericht zijn op de vaardigheden en eigenschappen die kinderen ontwikkelen in hun jeugd. In mijn praktijk gebruik ik ze regelmatig om kinderen te laten groeien in hun eigenwaarde en om ze duidelijk te maken hoe fijn het is om een compliment te krijgen. In de thuissituatie kunnen deze kaarten ook goed gebruikt worden. Bij de kaarten zit een handleiding met allerlei spelideeën, maar je kunt ook heel gewoon een compliment op het kussen van je kind leggen voordat het naar bed gaat, of op zijn/haar bord voor het avondeten of je kunt een kaartje in een enveloppe stoppen en daadwerkelijk op de post doen naar je kind. Zeker in deze aparte tijden is het extra leuk om ‘echte’ post te ontvangen!

WOEDE-AANVALLEN, hoe ga jij ermee om?

Voor veel ouders zijn woede-aanvallen van hun kind een nachtmerrie. Omdat ze niet goed weten hoe ze erop moeten reageren, ze zich schamen voor de manier waarop hun kind de aandacht op het gezin vestigt, ze zelf heel geëmotioneerd raken, ze willen dat het zo snel mogelijk ophoudt, etc.

Om al deze ouders een steuntje in de rug te geven, volgen hieronder een aantal tips over omgaan met een woede-aanval van een kind.

Ga geen krachtmeting met ze aan.

Kinderen die in een heftige boosheid zitten, zullen of in VLUCHT- of in VECHT-modus gaan, Dit is een primaire reactie, die zonder (echt) nadenken wordt ingezet. Als jij de discussie aangaat of als je zelf ook boos reageert, zorg je er alleen maar voor dat je kind steeds bozer wordt. Wanneer niemand gewond raakt of er gevaarlijke situaties ontstaan tijdens de boosheid van je kind, is het beter om wat afstand te nemen (letterlijk) en te wachten tot hij/zij tot rust komt.

Probeer uit de (emotionele) situatie te stappen.

Reageer niet vanuit je eigen emotie, maar probeer uit de situatie te stappen (fysiek en/of mentaal). Als je blijft reageren op de situatie, zeker als je daarin je eigen emoties laat zien, zal de situatie steeds heftiger worden en uiteindelijk zelfs uit de hand lopen. Ook hier geldt: als er geen gevaarlijke situatie ontstaat, haal diep adem, loop weg en blijf rustig. Als dit moeilijk is voor je, zie het dan als een soort TIME-OUT voor jezelf waarin je je emoties weer onder controle kunt krijgen, zodat je later weer rustig kan praten met je kind. Jij hebt als ouder de taak om je kind het goede voorbeeld te geven, door je kind te laten zien hoe jij met heftige emoties en situaties omgaat.

Onthoud dat je kind nog veel te leren heeft.

Kinderen zijn gewoon kleine mensen die, net als wij, het recht hebben om van streek, teleurgesteld, ongelukkig of gewoon heel erg boos te zijn. Het is onze taak als ouders om ze op die momenten te leren hoe ze op een acceptabele manier deze gevoelens kunnen uiten. Dat moeten ze gewoon nog leren. Het is heel belangrijk om het onacceptabele gedrag te benoemen en niet de gevoelens die eronder liggen. Met ander woorden een kind mag heel boos zijn, hij/zij mag alleen niet van alles kapot slaan of mensen pijn doen, of enorm krijsen bijvoorbeeld. Het gedrag dat voortkomt uit de boosheid is onacceptabel, niet de boosheid zelf.

Probeer niet op je boze kind in te praten.

Boze mensen kunnen niet ‘goed’ nadenken, dus tegen ze praten heeft niet heel veel zin. De kans dat ze zullen begrijpen of überhaupt horen wat je zegt is klein. Daar komt nog bij dat we meestal proberen om de ander in te laten zien dat hij/zij het fout ziet en dat is meestal alleen maar olie op het vuur.

Voorkom dat jij in je boosheid overhaast reageert.

Wacht totdat jullie allebei tot rust zijn gekomen, voordat je beslissingen neemt of dingen noemt die voort zullen komen uit het gedrag. Vaak roepen we dat het kind nooit meer iets zal mogen of dat hij/zij altijd iets zal moeten doen als hij/zij doorgaat met dit gedrag. Maar meestal zijn dit gevolgen en beslissingen die je op een rustig moment nooit zou hebben gezegd en waar je ook eigenlijk niet aan wilt vasthouden zodra je afgekoeld bent. En dan zul je het dus terug moeten nemen, of aan moeten passen tijdens het gesprek dat je naderhand met je kind voert over wat er is gebeurd. Handiger is dus om niets te zeggen in boosheid, maar pas tijdens het gesprek achteraf te bepalen wat de gevolgen zullen zijn van het gedrag.

Wees consequent en standvastig mbt gevolg van gedrag.

Als je een beslissing hebt genomen over de gevolgen die voor je kind vastzitten aan het vertoonde gedrag, houdt daar dan aan vast. Laat je niet verleiden door het schuldgevoel of de spijtbetuiging van je kind, laat je niet beïnvloeden door je gevoel van medelijden richting je kind, maar houd vast aan de beslissing die je hebt genomen. Daarom is punt 5 ook zo belangrijk. Als jij je beslissing neemt terwijl je rustig bent en niet meer midden in de situatie zit, kun je een goed doordachte en passende beslissing nemen.

Verzin geen excuses voor het gedrag van je kind.

Natuurlijk kan het zijn dat er eerder iets is gebeurd waardoor het kind anders dan anders reageert. Het lievelingskonijn is de dag ervoor weggelopen, hij/zij heeft gisteren een slecht cijfer terug gekregen op school, de logeerpartij bij opa en oma kan dit weekeinde niet doorgaan en daarom is hij/zij nu van slag. Dus ach, zo erg is het ook weer niet dat hij/zij weigert om zijn schooltas op te ruimen. Zelfs zaken als gescheiden ouders, mentale of fysieke beperkingen moeten geen reden zijn om bepaald gedrag toch te accepteren. Onacceptabel gedrag is onacceptabel gedrag, ongeacht de omstandigheden, achtergrond of beperkingen van een kind. Als ouders kun je ervoor zorgen dat de leefomgeving past bij de mogelijkheden en onmogelijkheden van jouw kind. Maar ook dan kun je hem/haar gewoon duidelijk maken welk gedrag wel en welke gedrag niet mag in jouw ogen.

Zorg dat je de roep om hulp van je kind ziet en erkent.

Kinderen die heel vaak boos zijn, hebben meestal behoefte aan acceptatie en vaardigheden om met anderen om te gaan en om problemen op te lossen. Dat gebrek aan vaardigheden is meestal de reden waarom ze zo boos reageren. Feitelijk is hun boosheid een noodkreet “HELP MIJ!” Negeer deze noodkreet alsjeblieft niet! Probeer te achterhalen wat je kind nodig heeft, wat de boosheid heeft veroorzaakt. Dat is veel belangrijker dan uitzoeken hoe je kind een volgende keer beter kan reageren. Natuurlijk is dat laatste ook belangrijk, maar als je de oorzaak van de boosheid niet achterhaalt en die vervolgens oplost, zal je kind keer op keer zo boos worden in soortgelijke situaties omdat hij/zij niet heeft geleerd hoe hij ermee om moet gaan.

Onthoud wat je graag voor je kind wenst.

De meeste ouders willen dat hun kinderen verantwoordelijke, zelfverzekerde en emotioneel stabiele volwassenen worden. Maar dit kunnen ze niet worden zonder onze hulp. Wij zijn degenen die hen moeten leren om te gaan met moeilijke situaties, andere mensen, andere meningen, teleurstellingen, tegenslagen etc. Dit kunnen we op allerlei manieren doen, door gevolgen te koppelen aan onacceptabel gedrag, maar zeker ook door gesprekken te voeren over de dingen waar ze moeite mee hebben en samen oplossingen te bedenken. Op die manier leren onze kinderen om dit in de toekomst zelf te doen, zonder onze hulp en dat is toch wat we uiteindelijk wensen voor onze kinderen?

Ga het gesprek over oplossingen pas aan NA de woedeaanval.

Als het kind weer rustig is, kun je pas gaan werken aan een oplossing voor de boosheid. Je kunt zo’n gesprek als volgt beginnen: “Je was echt heel boos daarnet. Kan je me vertellen wat je zo boos maakte?” Waarna je het kind uitgebreid laat vertellen. Als je kind is uitgepraat kun je vragen  of hij/zij misschien iets anders had kunnen doen dan (datgene wat hij/zij heeft gedaan). Komt hij/zij niet met ideeën, dan kun jij een aantal dingen noemen die voor jou acceptabel zijn voor je kind om te doen. Vraag je zoon of dochter vervolgens om uit deze lijst van dingen een aantal te kiezen die goed voelen voor hem/haar. Kinderen (mensen) hebben namelijk allemaal behoefte aan autonomie, oftewel we willen heel graag invloed hebben op wat we mogen en kunnen doen. Als jullie samen tot een plan komen voor de volgende keer, zorg er dan voor dat je je kind helpt herinneren aan deze afspraak. Hopelijk kun je dat doen tijdens een volgend boos moment, maar als dat niet lukt, dan zeker tijdens het gesprek achteraf. Heeft je kind precies gedaan wat jullie hadden afgesproken, geef hem/haar hier dan heel duidelijk een compliment voor. Daardoor zal je kind zich (nog) beter voelen en is de kans dat hij/zij het de volgende keer ook weer zo doet des te groter.

Mam, ik verveel me zo!!!

Je zoon die klaagt dat hij zich verveelt, wie kent het niet als ouder. Ik vond dit altijd moeilijke momenten, want “er is toch meer dan genoeg speelgoed om mee te spelen of andere dingen om te doen?” Meestal noemde ik allerlei dingen op die ze in mijn ogen konden gaan doen, maar elke keer was het “nee, geen zin in.” Andere keren zei ik dat het helemaal niet verkeerd is om je te vervelen en even gewoon niets te doen. Soms ontplofte ik wel eens en liep daarna boos weg.

Eigenlijk was ik met geen van deze reacties van mezelf tevreden en dus ging ik op zoek naar tips en informatie over wat je als ouder in zo’n geval kon doen. Die inzichten en tips wil ik graag met jullie delen. Pak eruit wat goed voelt voor jou en waarvan je verwacht dat het bij jou en je kind kan werken. Misschien zit er zo op het eerste gezicht niets bij dat je aanspreekt, maar bedenk dan dat je er natuurlijk altijd je eigen ‘draai’ aan kunt geven of een aantal dingen kunt combineren. Ik hoop gewoon dat deze ideeën je kunnen helpen op de momenten dat jij het moeilijk hebt met je dochter die zegt “Ik verveel me zo!!”

  • Ga als eerste na hoe lang het geleden is dat je ‘echt’ contact had met je zoon om uit te sluiten of je zoon misschien juist nu om aandacht en verbinding vraagt (indirect). In dat geval is de oplossing waarschijnlijk simpel: neem 10 tot 15 minuten de tijd om echt contact te hebben met je kind, 1 op 1 zonder afleiding. Dat kan door een gesprek te voeren, een spelletje te doen, even samen gek te doen, samen iets actiefs te doen, of iets anders dat past bij jullie tweetjes. Geef achteraf even aan dat je er zelf erg van hebt genoten. Dat maakt de tijd nog specialer voor je zoon of dochter.
  • Als je kort geleden nog ‘echt’ contact hebt gehad, zou het ook kunnen zijn dat je dochter eigenlijk behoefte heeft om meer zelf te beslissen wat zij kan en mag. Dat lijkt gek als ze bij jou komt met de opmerking “ik verveel me zo”, maar het kan zijn dat ze eigenlijk alleen behoefte heeft aan een klein duwtje in de richting van ‘los komen van papa en mama en zelf beslissen’. Dus kijk eens wat er gebeurt als jij zegt “Ik weet zeker dat jij zelf heel goed iets kunt bedenken wat je nu zou kunnen gaan doen. Maak maar eens een lijstje van alle dingen die je altijd graag doet. Als dat af is, weet ik zeker dat er iets tussen staat wat je nu kunt gaan doen.” Hierdoor is je dochter meteen ergens mee bezig met als extra voordeel dat hij een lijst heeft om een volgende keer uit te kiezen.
  • Een andere oorzaak van verveling kan ook zijn dat je dochter vermoeid is. Door te weinig slaap en/of rustmomenten kunnen kinderen niet meer in staat zijn om ergens zin in te hebben en de concentratie te houden om iets te doen. Zelfs als ze iets kiezen om te doen, stoppen ze er na een paar minuten alweer mee, omdat ze door moeheid hun aandacht en interesse niet bij de activiteit kunnen houden. Zodra je zoon meer rust en slaap krijgt, zal hij zich minder vaak vervelen, maar ook de momenten waarop concentratie nodig is, zullen beter worden.
  • Misschien heeft je dochter onvoldoende opties die bij haar leeftijd passen. Als het speelgoed, de spelletjes, de boeken, films of andere dingen die in huis zijn om te doen niet (meer) voldoende uitdaging geven of niet meer interessant zijn voor je zoon, dan is de kans groot dat hij zich gaat vervelen. Check dus af en toe of je dochter nog voldoende bij haar passende keuzes heeft om te lezen, spelen, maken, uitproberen, doen. Passend bij de leeftijd, interesses, talenten, behoefte aan uitdaging van je zoon of dochter.
  • Pas op dat je op momenten dat je zoon aangeeft zich te vervelen niet altijd degene bent die meteen iets met hem gaat doen. Wordt dus niet zelf de oplossing van het ‘ik verveel me – probleem’, want hier doe je je dochter uiteindelijk geen plezier mee. Jij bent niet de “bron van vertier” van je kind, jij bent de opvoeder van je kind.
  • Ergens op internet ben ik nog een leuke tip tegengekomen: Maak samen met het hele gezin een lijst met Vervelingsoppeppers. Bedenk allerlei dingen die jullie samen of individueel kunnen doen op momenten dat iemand zich verveelt. Je zou deze lijst op kunnen hangen in de keuken of je zou alle bedachte activiteiten op losse briefjes kunnen schrijven en in een leuke pot of blik kunnen stoppen “De Anti Verveel Pot” bijvoorbeeld. Degene die zich verveelt, kan dan een briefje uit de pot trekken en die activiteit gaan doen. Je zou er ook nog “De Klusjes in Huis Pot” aan toe kunnen voegen. Zorg in beide gevallen wel dat jullie samen als gezin alle activiteiten bedenken. Op die manier heb je een leuke gezinsactiviteit en zijn alle bedachte activiteiten ‘goedgekeurd’ door iedereen.
  • Laatste tip die ik je wil geven is: laat je zoon zich lekker vervelen. Als een mens zich verveelt komen de hersenen namelijk tot rust en komt er ruimte om te denken. Dus ook om te bedenken wat hij zou kunnen gaan doen. Je kunt je dochter stimuleren door te zeggen “ik weet dat je je nu verveelt en dat is geen fijn gevoel. Maar ik ben ervan overtuigd dat je creatief genoeg bent om iets leuks te bedenken dat je kunt gaan doen.”

OPMERKING: Ik wissel ‘zoon + hij’ en  ‘dochter +zij’ altijd af in een tekst, omdat ik vind dat ‘zoon/dochter + hij/zij’ niet prettig leest.  

Welke emotie laat jij zien?

Doordat we primaire en secundaire emoties hebben, laten we niet altijd onze ‘echte’ emotie zien aan de buitenwereld, met alle gevolgen van dien. Is een moeder die een half uur lang haar 3 jarige zoontje ‘kwijt’ is echt boos op het kind? Nee, zij is heel erg bang geweest en uit deze angst door heel boos te reageren op het kind zodra het weer terug is. Is de vader boos op zijn dochter omdat ze zonder uit te kijken de straat overstak? Nee, hij was heel bang dat ze aangereden zou worden, maar staat wel boos tegen haar te schreeuwen dat ze “toch weet dat ze niet zo maar de straat op moet rennen!!”

Onze primaire emoties zijn de eerste dingen die we voelen in een bepaalde (vaak heftige) situatie.  Het zijn instinctieve reacties op iets wat er in de buitenwereld gebeurt. Ze komen onbewust en plotseling op, maar zakken vaak ook weer snel weg. Meestal zijn het de basisemoties BOOS, BANG, BEDROEFD of BLIJ. Op deze primaire emotie hebben wij geen invloed, deze overkomt ons.

Na deze eerste, instinctieve emotie, volgt meestal een tweede, secundaire emotie. Dit is heel vaak de emotie die we in onze actie aan de buitenwereld laten zien. Dit gevoel is niet instinctief, maar wordt gevormd door onze gedachten, herinneringen en/of eerdere ervaringen met een soortgelijke situatie. Deze emotie is bewuster en blijft ook veel langer in ons hoofd en lijf zitten. Doordat hij bewuster is, kunnen we deze emotie echter wel beïnvloeden. We kunnen bewust andere dingen denken en doen, waardoor automatisch ons gevoel ook verandert en we ook anders gaan reageren.

Het is wel verstandig om bij dit bewust beïnvloeden ook naar die eerste, primaire emotie te kijken. Vooral omdat het voor meer begrip zal zorgen, bij jezelf maar ook bij de ander. Een kind waar boos tegen geschreeuwd wordt, zal dit beter kunnen begrijpen als hij/zij weet dat de ander in eerste instantie gewoon heel bang en bezorgd was. Maar ook jijzelf zult wat ‘vergevingsgezinder’ naar jezelf kunnen zijn als je erkent dat je reactie in de basis voortkwam uit angst en bezorgdheid.

Niet alleen de volwassenen hebben eerst een primaire emotie en daarna gedachten, ervaringen, herinneringen die een secundaire emotie oproepen, die vervolgens zorgt voor onze actie/reactie. Ook bij kinderen werkt dit zo. Conclusie: doordat we allemaal vanuit onze secundaire emotie reageren, die te beïnvloeden is, is het extra belangrijk om hier aandacht aan te besteden. Je zult elkaars reacties dan beter begrijpen en beter in kunnen spelen op wat je kind (of jij) op dat moment nodig heeft (hebt). Met als eindresultaat meer begrip voor elkaar en meer verbinding met elkaar.

In een volgend artikel zal ik meer aandacht besteden aan de ‘triggers’ die ervoor zorgen dat je vanuit die secundaire emotie reageert. Hoe je je hiervan bewust kunt worden en hoe je deze emotie en de daaropvolgende reactie kunt beïnvloeden.

PS: Voor de volledigheid wil ik nog even vermelden dat er ook situaties zijn waarin we puur en alleen vanuit onze primaire emotie reageren. In situaties die levensbedreigend zijn (of zo aanvoelen), zullen we allemaal primair reageren. Met de welbekende Freeze, Flight or Fight (Bevriezen, Vluchten of Vechten) reactie. Maar bij alle niet levensbedreigende situaties wordt onze reactie bepaald door onze secundaire emotie.

Plak jij etiketten of zie je kwaliteiten?

Wat ik hiermee bedoel is dat er in onze samenleving vaak etiketten worden geplakt en dat er daarna niet meer verder wordt gekeken. Wanneer wij ons heel  erg ergeren aan bepaalde acties van iemand, plakken we vaak een etiket op deze persoon. Zo noemen we iemand bijvoorbeeld een DRIFTKOP of een BETWETER, wanneer we zijn/haar gedrag irritant of onacceptabel vinden.

Terwijl er ook situaties te bedenken zijn waarin het juist heel fijn is om bijvoorbeeld een BETWETER in de groep te hebben. Wanneer het brandalarm afgaat en er veel rook en een sterke brandlucht is op school, is het juist heel fijn dat “BETWETER MARIEKE” meteen het voortouw neemt en iedereen vertelt dat zij weet hoe je het snelste naar buiten kunt komen.

Dus in de ene context (een normale dag op school) vinden kinderen Marieke een vervelende BETWETER en OPSCHEPPER als ze steeds het als eerste het antwoord wil geven, maar in de andere context (brand op school) zijn ze juist heel blij met betweterige en opschepperige Marieke. De kwaliteiten die Marieke ALTIJD heeft, zijn de ene keer dus heel fijn en de andere keer heel vervelend in de beleving van anderen.

Als we onze kinderen leren om op deze ‘ruimere’ manier naar elkaar te kijken, zullen er minder irritaties en ruzies zijn en zullen minder kinderen ongelukkig worden, omdat ze geen etiket meer opgeplakt krijgen. Ook zullen kinderen hun eigen karaktereigenschappen beter kunnen accepteren, omdat ze in gaan zien dat elke eigenschap (elk etiket) kwaliteiten heeft, je moet ze alleen wel willen en kunnen zien.

MOOI HULPMATERIAAL

Om te oefenen met dit ‘ruimere kijken’ heb ik hele mooie kaarten gevonden van Helen Purperhart. De officiële naam van de kaarten is Kindercoaching Kaarten, Spelen met etiketten en kwaliteiten. Persoonlijk vind ik het een hele leuke en fijne manier om kinderen te leren om de kwaliteiten te zien onder de verschillende ‘etiketten’. Uiteraard zijn sommige etiketten best positief, Wijsneus, Bezig Bijtje, Goedzak, Grapjas, maar ze worden alleen geplakt als er een mate van irritatie is bij de andere partij. Dus in de basis zal niemand blij zijn met zo’n etiket. Behalve wanneer zoveel mogelijk kinderen en volwassenen inzien dat er onder elk etiket ook kwaliteiten zitten.

En daarbij kunnen de kaarten van Helen Purperhart heel goed helpen. Door te onderzoeken waar het etiket mee te maken heeft en wat de impact is van het gedrag dat het kind vertoont, gaat het zien of het met dit gedrag wel het gewenste resultaat bereikt. Daarnaast krijgt het kind zicht op zijn/haar kwaliteiten en krijgt het dankzij de tips en vragen op het kaartje de mogelijkheid om nieuwe kwaliteiten te ontwikkelen.

EEN PAAR VOORBEELDEN

Een LOPMPERIK reageert wel bot, maar laat daarmee wel eerlijkheid en lef zien door zijn waarheid te vertellen (kwaliteiten). Een STIJFKOP, die blijft vasthouden aan zijn mening, laat volharding en eigenwijsheid zien als hij ergens in gelooft. Een BAASSPELER is heel doelgericht bezig als hij een situatie controleert. Hij zet verantwoordelijkheid en enthousiasme in als hij de leiding neemt.

Behalve inzicht in de kwaliteiten die schuil gaan achter de verschillende etiketten, geeft Helen Purperhart ook tips aan de ‘etiketkrijger’ hoe hij/zij de irritatie bij de ander zou kunnen voorkomen. De ‘etiketgever’ krijgt tips om anders om te gaan met de kwaliteit en de vraag of hij/zij wat van deze kwaliteit zou kunnen overnemen.

De LOMPERIK krijgt bijvoorbeeld de tip: “Maak voorzichtig je mening kenbaar. Zeg iets vriendelijks tegen de ander.” Degene die iemand lomperik noemt, krijgt de tip: “Geef aan dat je naast zijn directheid ook vriendelijkheid op prijs stelt. Durf jij direct te zijn?” De BAASSPELER krijgt de tip “Houd rekening met anderen en overleg wat je wilt doen. Werk samen en houd je aan afspraken.” Degene die het etiket heeft geplakt krijgt de tip: “Kom voor jezelf of en geef aan hoe jij graag wilt dat het gaat. Wanneer neem jij de leiding?”

DE TOEKOMST

Wat zou het mooi zijn als steeds meer mensen (volwassenen en kinderen) achter irritant gedrag een mooie kwaliteit kunnen zien. Hoewel ik moet toegeven dat het best moeilijk is om altijd een kwaliteit te herkennen. Heb jij last van bepaald steeds terugkerend irritant gedrag en lukt het niet om hier een kwaliteit in te zien/vinden? De kaarten van Helen Purperhart kunnen je misschien helpen of neem contact met mij op, ik denk graag met je mee.

Ruzie in huis, word jij er ook zo gek van?

Zeker in deze tijd van lockdown is het extra vervelend als er regelmatig ruzie is in huis. Daarom wil ik wat inzichten en tips met jullie delen, zodat het negatieve of soms zelfs machteloze gevoel dat ruzies kunnen oproepen minder zal worden.

We willen geen ruzie in huis, toch?

Ruzie wordt meestal als heel vervelend en als iets negatiefs ervaren, maar ruzie hebben kan heel leerzaam zijn en is juist heel belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Kinderen hebben namelijk nog niet de vaardigheden om met conflicten om te gaan en het is dus aan ons om ze te leren op een fijne manier om te gaan met anderen. Wij kunnen ze leren dat het beter werkt om iets netjes te vragen dan om iets af te pakken en snel weg te rennen. Wij kunnen ze leren dat je zeker voor jezelf op moet komen, maar dat dit op verschillende manieren kan. Ruzies tussen broertjes en zusjes onderling zijn fantastische momenten om ze deze dingen te leren, dus we moeten juist blij zijn als er ruzie is in huis.

Blij zijn met ruzie in huis?

Blij omdat thuis een veilige plek is voor kinderen om ruzie te maken, want broers, zussen, vaders en moeders blijven hoe dan ook bij als er onenigheid is, iets wat je met vrienden helaas niet zo zeker weet. Dus wat is er fijner dan in deze veilige omgeving dingen te leren en uit te proberen zoals onderhandelen en voor jezelf opkomen. Je kunt in de thuissituatie makkelijker verschillende strategieën uitproberen en leren hoe je je emoties kunt uiten, zodat je in latere ruzies/onenigheden weet wat wel en wat niet werkt.

Omgaan met ruzie in het gezin

Wees als ouder(s) dus niet wanhopig als je kinderen ruzie maken. Grijp ook niet te snel in. Kijk eens of en hoe ze onderhandelen, voor zichzelf opkomen, duidelijk maken wat ze willen en wel of geen rekening houden met elkaar. Uiteraard moet je wel ingrijpen als er gevaarlijke situaties ontstaan, maar anders is mijn advies echt: “Laat het gebeuren en let goed op wie wat doet en zegt.”

Door (te) snel in te grijpen krijgen kinderen niet de kans om te leren om met tegengestelde behoeften of belangen om te gaan. Behoefte aan aandacht of het hebben van een bepaald stuk speelgoed, het als eerste willen beginnen, het willen bepalen wat ze gaan doen. Allemaal mogelijke oorzaken van onenigheid en ruzie. Als jij je er als ouder meteen mee gaat bemoeien, zul je zien dat de kinderen allebei zullen proberen om je te overtuigen dat de ander begon, dat de ander altijd iets doet (of juist niet), dat het de schuld van de ander is. Ze verwachten vervolgens dat jij ‘een kant kiest’ en de ruzie oplost, maar als je dat doet, is de kans heel groot dat er minimaal 1 partij ontevreden zal zijn. Dus waarom leer je ze niet om het zelf op te lossen?

Hoe kunnen ze dit leren?

Doordat jij als ouder het goede voorbeeld geeft en ze helpt bij het proces (zonder ingrijpen en oplossen).

  • Laat beide kinderen na elkaar (en zonder dat de ander mag onderbreken) rustig vertellen wat er is gebeurd, wat zijn/haar standpunt is.
  • Geef daarna begrip voor beide standpunten en
  • vertel dat je ervan uitgaat dat ze er samen uit kunnen komen.
  • Vraag aan ieder van hen wat volgens hem/haar een oplossing kan zijn, waarbij ze elkaar weer niet mogen onderbreken
  • Vervolgens gaan ze samen besluiten welke oplossing voor hen beide acceptabel is en die gaan ze dan uitvoeren.

Door ze echt naar elkaar te laten luisteren, komen ze erachter wat de ander nou precies wil en waarom en kunnen ze (eventueel door te onderhandelen) tot een oplossing komen die voor allebei goed voelt. Door op deze manier zelf tot een oplossing en dus tot een einde van de ruzie komen, is er meer rust voor jou als ouder en zullen de ruzies in huis ook minder heftig zijn.

Onze communicatie is vaak niet handig (deel 2)

In het artikel dat ik op 23 januari heb geplaatst schreef ik dat wij het onze kinderen regelmatig onnodig moeilijk maken om te reageren op onze (onhandige) communicatie. We vertellen onze kinderen namelijk meestal wat ze NIET moeten doen in plaats van wat we WEL willen dat ze doen.

Hierdoor vragen we minimaal twee acties van de hersenen van het kind: het maken van het beeld van wat we NIET willen dat het kind doet EN bedenken wat ze dan WEL moeten doen. Ik heb aan het einde van het artikel beloofd dat ik nog twee onhandige manieren van communiceren zou geven en ook uitgebreider zou vertellen hoe we handiger kunnen communiceren.

ONHANDIGE COMMUNICATIE NUMMER 2 en 3

Wat we ook heel vaak doen is het stellen van een VRAAG als we willen dat ze iets doen. Bijvoorbeeld “Wil je nu meteen hierheen komen alsjeblieft?”, “Kun je alsjeblieft je jas aandoen en je rugzak pakken?”, “Kun je je schoenen aandoen?” en “Het is tijd om naar huis te gaan, okay?” Terwijl we gewoon willen dat ze komen, hun jas aandoen, hun rugzak pakken, hun schoenen aandoen en mee naar huis gaan.

Probleem met deze vragen is dat kinderen gewoon antwoord kunnen geven op de vraag en dan in de basis gewoon heel netjes en beleefd zijn. Want ook met het antwoord “Nee” geven ze gewoon antwoord op de gestelde vraag . In alle eerlijkheid zou je daar dus ook niet boos of geïrriteerd door mogen worden. Maar dat worden we wel, omdat het wat ons betreft eigenlijk helemaal geen vraag was, maar een ‘opdracht’.

Een derde ‘onhandige’ manier van communiceren is het meteen “nee” zeggen op een vraag of verzoek van onze kinderen. “Nee, we gaan nu niet naar de speeltuin.”, “Nee je mag geen snoepje.”, “Nee ik heb nu geen tijd om met je te spelen.” Op zich is er natuurlijk niets mis met deze reactie, maar als ouder en leerkracht heb ik gemerkt dat kinderen bijna nooit positief reageren op dit soort antwoorden.

KAN HET OOK ANDERS?

Waarschijnlijk zijn er veel ouders die herkennen dat al deze woorden min of meer automatisch uit onze mond komen en dat er meestal een negatieve, boze en ongewenste reactie van onze kinderen op volgt. Waarna wij zelf ook weer geïrriteerd of zelfs echt boos reageren en zo komen we in een vicieuze cirkel terecht.

Gelukkig is het mogelijk om deze cirkel te doorbreken. Dat gaat niet vanzelf, daar moeten we wel op oefenen, maar het kan echt! Hieronder zal ik voor alle drie de manieren een aantal voorbeelden geven die de cirkel zullen doorbreken.

ZEG duidelijk wat je WEL wilt dat je kind doet

  • Loop rustig van de keuken naar de woonkamer
  • Ga rustig op de bank zitten
  • Probeer je mond dicht te houden als je eet

Vraag niet, maar ZEG duidelijk wat je wilt dat je kind doet.

  • Ik wil dat je nu naar beneden komt
  • Doe nu je jas aan en pak je rugzak
  • Doe nu je schoenen aan

Geef je kind twee alternatieve keuzes

  • De speeltuin is altijd leuk ja, zullen we daar vanmiddag of woensdagmiddag heen gaan?
  • Ik vind het nu geen goed moment voor een snoepje, maar als ik zo meteen boodschappen ga doen, mag je er eentje.
  • Je mag op dit papier tekenen of je kunt met krijtjes op de stoeptegels tekenen
  • Als je graag wilt springen kun je op de trampoline springen of je kunt je springtouw pakken en op het gras gaan springen

Kinderen zijn niet expres ‘vervelend’ ze hebben gewoon een bepaalde behoefte en hebben (vaak onbewust) een bepaalde actie gekozen om in die behoefte te voorzien. Aan ons de taak om ze op een heldere en liefst positieve manier duidelijk te maken wat we van ze verwachten of wat in onze ogen een meer acceptabele manier is om aan hun behoefte te voldoen. Welke van bovenstaande manieren je ook kiest, de toon en sfeer in huis wordt hoe dan ook positiever en de momenten van strijd en ruzie zullen zeker afnemen.

Succes met oefenen